ECLI:NL:CRVB:2009:BK6879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bezwaar tegen onterechte verrekening vakantiegeld WWB-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een uitkeringsspecificatie waarin vakantiegeld ten onrechte was verrekend met een openstaande vordering. Het Dagelijks Bestuur erkende de fout na het bezwaar en maakte de verrekening ongedaan. Het bezwaar werd uiteindelijk gegrond verklaard en er werd een vergoeding van € 80,50 toegekend, lager dan het standaardtarief voor een zaak van gemiddeld gewicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het Dagelijks Bestuur direct na het bezwaar adequaat had gehandeld en appellante geen inhoudelijke gronden had aangevoerd. In hoger beroep stelde appellante zich op het standpunt dat de vergoeding ontoereikend was.
De Raad oordeelt dat het Dagelijks Bestuur ten onrechte het gewicht van de zaak als zeer licht heeft gekwalificeerd en dat de procedurekostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet mag worden verlaagd omdat het bezwaar werd ingediend. Het bestuursorgaan kwam pas na het bezwaar terug op de verrekening, waardoor appellante kosten moest maken. Daarom vernietigt de Raad het besluit over de vergoeding en veroordeelt het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van € 966,-- aan proceskosten, inclusief griffierechten.
Uitkomst: Het Dagelijks Bestuur wordt veroordeeld tot volledige vergoeding van de proceskosten van appellante in bezwaar, beroep en hoger beroep.