ECLI:NL:CRVB:2009:BK6549
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer tijdens Bersiap-periode
Appellante, geboren in oktober 1920 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in januari 2008 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Bersiap-periode. De aanvraag betrof een toeslag ter verbetering van haar levensomstandigheden, een periodieke uitkering en voorzieningen voor huishoudelijke hulp en maatschappelijke deelname.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellante getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. In het bijzonder kon niet worden vastgesteld dat de vlucht vanuit het Elisabethpark naar de Tosariweg in Batavia plaatsvond onder levensbedreigende omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Algemene oorlogsomstandigheden, waaraan velen blootstonden, kwalificeren niet als handelingen of maatregelen in de zin van de Wet. Het onderzoek van verweerster, inclusief historische gegevens en dossiers van familieleden, leverde geen bevestiging van oorlogscalamiteiten die appellante troffen.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 3 december 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van levensbedreigende oorlogsomstandigheden.