ECLI:NL:CRVB:2009:BK6487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om een Wajong-uitkering. Het UWV heeft dit bezwaar ongegrond verklaard omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven het oorspronkelijke besluit te herzien. De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft dit standpunt bevestigd, waarbij werd overwogen dat het nieuwe rapport van drs. C.M. Aalfs geen nieuwe inzichten bood en dat verklaringen van ouders geen nieuwe feiten vormden.
In hoger beroep heeft appellant zijn eerdere standpunten herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat deze niet leiden tot een ander oordeel. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak.
De procedure werd voortgezet door de erven van appellant na zijn overlijden. De erven zijn niet verschenen bij de zitting. Het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De Raad ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de afwijzing van het verzoek om herziening van het Wajong-besluit.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een Wajong-uitkering wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.