ECLI:NL:CRVB:2009:BK6416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 18 maart 2007 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling en de vastgestelde belastbaarheid juist waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functies die haar werden toegerekend haar belastbaarheid overschreden.
De Raad voor de Rechtspraak heeft de gronden van appellante herhaaldelijk besproken en vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling. Er was geen objectief medisch bewijs dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven, waarbij werd toegevoegd dat appellante niet beperkt is in huidcontact en daarom geschikt is voor de functie van elektronica monteur.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter G. van der Wiel op 11 december 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.