ECLI:NL:CRVB:2009:BK5681
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bijstelling periodieke uitkering wegens nabetaling partnertoeslag AOW
Betrokkene ontving sinds 1995 een periodieke uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Bij een berekeningsbeschikking van 31 december 2007 werd de uitkering voorlopig bijgesteld vanwege een nabetaling van de partnertoeslag AOW die op de uitkering in mindering moest worden gebracht. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze korting en de terugvordering, stellende dat de partnertoeslag voor zijn partner was bedoeld en de terugvordering onrechtmatig was.
De bezwaarprocedure leidde tot een besluit van de Raadskamer WUV waarin het bezwaar tegen de bijstelling ongegrond werd verklaard en het bezwaar tegen de terugvordering niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hierover nog geen besluit was genomen. Betrokkene ging in beroep, maar overleed in de procedure waarna het beroep werd voortgezet door appellanten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat artikel 19, eerste lid, onder b, van de Wet dwingend voorschrijft dat de partnertoeslag AOW op de periodieke uitkering in mindering wordt gebracht en dat de wet geen afwijkingsmogelijkheid biedt. De wetsgeschiedenis toont aan dat dit berust op het aanvullend karakter van de Wet ten opzichte van het gezamenlijk gezinsinkomen. De Raad kan niet treden in de afweging van de wetgever. Daarnaast is vastgesteld dat er geen besluit tot terugvordering is genomen, zodat bezwaar daartegen niet-ontvankelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige bijstelling van de periodieke uitkering wegens nabetaling partnertoeslag AOW wordt ongegrond verklaard.