ECLI:NL:CRVB:2009:BK5372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering bij long- en psychische klachten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35%. Hij stelde dat zijn longklachten en psychische aandoeningen ernstiger waren dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren opgenomen en dat de voorgelegde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep heeft de medische stukken en rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen beoordeeld. De Raad constateerde dat de longarts geen objectieve afwijkingen kon vaststellen en dat de psychische klachten reeds waren verwerkt in de FML. Ook was de behandeling bij de Riagg beëindigd ten tijde van de beoordeling. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd waarom appellant met zijn beperkingen de voorgelegde functies kon vervullen.
Appellants argumenten over de ernst van de klachten en de diagnose op As I en As II werden niet gevolgd, omdat het bij de beoordeling ging om beperkingen voor arbeid, niet om diagnoses. De Raad zag geen aanleiding om de medische grondslag van de besluiten onjuist te achten en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering blijft ongewijzigd.