ECLI:NL:CRVB:2009:BK5306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verhoging WAO-uitkering wegens ontbreken van voortdurende oppassing en verzorging
Appellant ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering, verhoogd tot 85% vanwege hulpbehoevendheid die geregeld oppassing en verzorging vereist. Na een herbeoordeling in 2007 stelde het UWV de beëindiging van deze verhoging vast, omdat appellant niet meer voldeed aan de criteria voor voortdurende oppassing en verzorging.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij bij vrijwel alle essentiële levensverrichtingen hulp nodig heeft en continue oppassing vereist is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant vier dagen per week dagopvang bezoekt en enige uren alleen thuis kan zijn, waardoor hij niet in aanmerking komt voor de verhoging.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uit medische stukken blijkt dat appellant redelijk zelfstandig functioneert en niet constant toezicht behoeft. De Raad wijst het verzoek tot schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verhoging van de WAO-uitkering tot 85% wordt beëindigd omdat appellant niet voldoet aan de criteria voor voortdurende oppassing en verzorging.