ECLI:NL:CRVB:2009:BK5305

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5466 WMO-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G.M.T. Berkel-Kikkert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 BeroepswetArt. 22 lid 4 Beroepswet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdige griffierechtbetaling

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet. Dit verzoek betreft een voorlopige voorziening in een hoger beroepsprocedure tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het griffierecht van €110,- niet binnen de daarvoor gestelde termijn is voldaan. Verzoekster is hierover meerdere malen schriftelijk geïnformeerd en aangemaand, met duidelijke termijnen voor betaling. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht pas na de gestelde termijn ontvangen, waardoor het verzuim niet tijdig is hersteld.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb leidt dit tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

09/5466 WMO-VV
Centrale Raad van Beroep
U I T S P R A A K
van
DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP
inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet tussen:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen.
Datum uitspraak: 2 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster is door mr. E.G.W. Hendriks, advocaat te Heerlen, bij brief van
14 augustus 2009 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht, 08/1503.
Bij brief van 2 oktober 2009 is namens verzoekster verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en Pro artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
In het eerste lid van artikel 23 van Pro de Beroepswet is bepaald dat door de griffier een griffierecht wordt geheven. Artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden twee weken bedraagt.
Bij schrijven van 21 oktober 2009 is mr. E.G.W. Hendriks erop gewezen dat verzoekster ter zake van het ingediende verzoek een griffierecht van € 110,-- is verschuldigd, welk bedrag binnen twee weken na dagtekening van die brief diende te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 4 november 2009 is mr. E.G.W. Hendriks nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na dagtekening diende te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel per kas diende te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening.
Ook binnen die termijn is het griffierecht niet voldaan.
De datum waarop het griffierecht door de Raad is ontvangen is 15 november 2009.
Vastgesteld wordt dat het gepleegde verzuim niet binnen de gestelde termijn is hersteld.
Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep,
Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
NW