ECLI:NL:CRVB:2009:BK5239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als marketing assistente, ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering wegens nek-, schouder- en knieklachten. Na een heronderzoek in verband met het aangepaste Schattingsbesluit van 2004 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45 tot 55%. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij meer beperkt was dan vastgesteld en niet geschikt voor de voorgestelde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts voldoende was gemotiveerd, ondanks het ontbreken van evidente wijzigingen in haar medische situatie. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellante geschikt is voor passende functies, mede gelet op de beschikbaarheid van ergonomische voorzieningen.
In hoger beroep bracht appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens in die twijfel konden zaaien over de vastgestelde beperkingen. De Raad benadrukte dat de inschatting van beperkingen een deskundigheid van de verzekeringsarts is en dat deze beoordeling kan wijzigen door beleidswijzigingen zoals het Schattingsbesluit. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.