ECLI:NL:CRVB:2009:BK5215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante vroeg op 15 januari 2007 een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door overgewicht en psychische klachten. Het Uwv weigerde de uitkering omdat zij niet als jonggehandicapte werd beschouwd. Na bezwaar stelde een verzekeringsarts vast dat haar beperkingen vanaf 2 juni 1994 aanwezig waren, maar dat zij op 2 juni 1995 minder dan 25% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op functies die zij nog kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische onderbouwing voldoende was. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had en dat het Uwv niet had aangetoond dat de functies op 2 juni 1995 bestonden.
De Raad stelde vast dat het Uwv in hoger beroep met een aanvullend rapport had aangetoond dat de functies wel degelijk bestonden, waardoor appellante haar standpunt introk. De medische beoordeling van de verzekeringsarts werd als zorgvuldig en juist beoordeeld. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar veroordeelde het Uwv wel in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante minder dan 25% arbeidsongeschikt was op 2 juni 1995.