ECLI:NL:CRVB:2009:BK5195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1989 met onderbrekingen een WAO-uitkering vanwege psychische klachten, laatstelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een heronderzoek op grond van het gewijzigde Schattingsbesluit concludeerde het UWV dat appellant ongeschikt is voor de maatgevende arbeid, maar geschikt voor passende voltijdse functies zonder relevant verlies aan verdiencapaciteit. Op basis hiervan werd de WAO-uitkering per 20 mei 2007 ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat het besluit was gebaseerd op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De subjectieve klachten van appellant waren niet doorslaggevend voor de mate van arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep betwist appellant deze beoordeling en stelt dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat de verzekeringsarts bij zijn beoordeling rekening hield met relevante medische informatie, waaronder psychiater- en neuroloograpporten en huisartsgegevens. Appellant heeft geen aanvullend onafhankelijk medisch rapport overgelegd ondanks aankondiging. De Raad acht de medische en arbeidskundige beoordeling juist en concludeert dat appellant geschikt is voor passende functies. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.