ECLI:NL:CRVB:2009:BK5142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WAO-uitkering
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid, met ingang van 20 februari 2006 in te trekken. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep ongegrond verklaarde, stelde zij hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure trok appellante het hoger beroep in en verzocht zij het UWV te veroordelen in de proceskosten, stellende dat het UWV haar alsnog een WAO-uitkering had toegekend vanaf 30 mei 2006. Het UWV verzette zich tegen deze kostenveroordeling.
De Raad overwoog dat intrekking van het beroep niet plaatsvond omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen, maar omdat de uitkering vanaf een latere datum was toegekend. Hierdoor bestond geen belang meer bij voortzetting van de procedure, maar dit kwalificeert niet als tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wees de Raad het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming aan het beroep.