ECLI:NL:CRVB:2009:BK5128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, die door het UWV was aangepast van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% naar 45-55%, met ingang van 5 juli 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat zij psychisch meer beperkt zou zijn dan door het UWV werd aangenomen. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts aanzienlijke beperkingen vaststelde, en dat de bezwaarverzekeringsarts dit oordeel bevestigde na dossierstudie en overleg met de behandelend psychiater. Er was geen bewijs dat het medische standpunt onjuist was, noch werden in hoger beroep nieuwe objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel konden doen rijzen.
De Raad benadrukte dat alleen de situatie op de datum in geding (5 juli 2007) werd beoordeeld, en dat latere verslechteringen niet in aanmerking konden worden genomen, tenzij deze een ander licht zouden werpen op de situatie op die datum. Dit was niet gebleken. De Raad bevestigde dat de functies waarop het besluit was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellante.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.