ECLI:NL:CRVB:2009:BK5019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds januari 2005 wegens nek- en rugklachten niet meer kon werken als heftruckchauffeur, vorderde een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Zowel de rechtbank als de Raad oordeelden dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de behandelend neuroloog werd geraadpleegd. De medische gegevens toonden geen afwijkingen die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
Appellant voerde aan dat hij door zijn klachten niet in staat was de functies die als passend werden aangemerkt te vervullen, mede vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en het vereiste opleidingsniveau. De Raad stelde vast dat de functies geen diploma- of niveau-eisen bevatten die appellant niet kon vervullen en dat zijn beperkte lees- en schrijfvaardigheid geen belemmering vormde.
De bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige ondersteunden het standpunt van het UWV dat appellant geschikt was voor de functies binnen zijn belastbaarheid. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berust en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.