ECLI:NL:CRVB:2009:BK4635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken WAO-uitkeringsrecht
Appellant verzocht om kinderbijslag, maar dit werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De kern van het geschil was of appellant verzekerd was op grond van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746). Appellant had van 1995 tot 2001 een voorschot op een WAO-uitkering ontvangen, maar uit nader onderzoek bleek dat hij geen recht had op deze uitkering.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat het ontvangen van voorschotten zonder recht op uitkering niet betekent dat appellant verzekerd was voor de AKW. Dit oordeel werd in hoger beroep bevestigd. De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden omdat hij geen recht had op een WAO-uitkering op de peildatum 1 oktober 1999. Daarnaast was er geen aanleiding om het recht op kinderbijslag met een langere terugwerkende kracht dan één jaar te beoordelen, ondanks de vertragingen bij het UWV.
De Raad concludeerde dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het beleid correct had toegepast en dat appellant niet eerder een nieuwe aanvraag had kunnen indienen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant geen recht had op een WAO-uitkering en daardoor niet verzekerd was voor de AKW.