ECLI:NL:CRVB:2009:BK4511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid arbeid per 24 juli 2006
Appellante stelde dat zij per 24 juli 2006 ten onrechte als geschikt werd beschouwd voor arbeid en dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. Zij overlegde een psychiatrisch rapport waarin PTSS en depressie werden gesteld rond die datum.
Het UWV bracht een aanvullende rapportage in van een bezwaarverzekeringsarts die stelde dat de diagnose PTSS en depressie niet strookte met het dossier en eerdere onderzoeken. De Raad achtte niet aannemelijk dat de psychiater appellante persoonlijk had onderzocht en vond dat eerdere deskundigen geen PTSS of depressie hadden vastgesteld.
De Raad concludeerde dat zelfs indien de diagnoses van de psychiater gevolgd zouden worden, niet was aangetoond dat appellante vanwege medisch objectiveerbare beperkingen niet in staat was haar arbeid te verrichten. Ook was er geen sprake van relevante psychische belasting in de functies.
De Raad vond geen strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante per 24 juli 2006 geschikt was voor arbeid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 24 juli 2006 geschikt was voor arbeid en weigert ziekengeld.