ECLI:NL:CRVB:2009:BK4506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid op 17-jarige leeftijd
Appellante diende in 2007 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering met betrekking tot arbeidsongeschiktheid die zou zijn ontstaan rond haar 17e levensjaar in 1996/1997. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat niet was vastgesteld dat zij op die datum objectiveerbare beperkingen had die haar verhinderen arbeid te verrichten of ten minste 75% van het minimumloon te verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarbij zij de medische rapportages van verzekeringsartsen onderschreef. Appellante voerde hoger beroep en stelde dat onvoldoende medisch onderzoek was verricht en dat zij reeds voor haar 17e was gediagnosticeerd met MBD en ADHD.
De Raad overwoog dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de overgelegde stukken geen bewijs bevatten van beperkingen op de relevante datum. Bovendien nam appellante het risico dat gegevens over de periode rond haar 17e moeilijk te traceren waren, aangezien zij de aanvraag pas tien jaar later indiende.
De Raad benadrukte dat het voor de Wajong-uitkering niet beslissend is of symptomen van ADHD aanwezig waren, maar of er daadwerkelijk arbeidsongeschiktheid bestond op de 17e verjaardag. Aangezien appellante schooldiploma's behaalde en werkte in de betreffende periode, was onvoldoende onderbouwd dat zij arbeidsongeschikt was.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante niet heeft aangetoond dat zij op haar 17e jaar arbeidsongeschikt was.