ECLI:NL:CRVB:2009:BK4076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering ondanks beperkingen en geschiktheid voor gestructureerd werk
Appellante had een WAJONG-uitkering vanwege psychische klachten en een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok haar uitkering per 3 november 2006 in, omdat zij volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek geschikt werd geacht voor functies met een laag handelingstempo en onder begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medisch onderzoek van verzekeringsartsen en psychiaters als zorgvuldig werd beoordeeld. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onveranderd waren en dat zij blijvend aangewezen was op beschutte arbeid, waarbij de functies zonder begeleiding en structuur zouden zijn.
De Raad oordeelde dat de geduide functies wel degelijk onder begeleiding en met structuur worden uitgevoerd en dat de gezondheidstoestand van appellante enigszins was verbeterd. Ook werd bevestigd dat de beperking in handelingstempo was opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De Raad vond geen reden om het oordeel van de verzekeringsartsen te verwerpen en stelde vast dat appellante niet in haar procesbelangen was geschaad door het niet inbrengen van bepaalde richtlijnen.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAJONG-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor gestructureerd werk zonder hoog handelingstempo.