Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK3937

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/6098 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift wegens overschrijding termijn

Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van 21 november 2007, maar diende het bezwaarschrift pas op 11 februari 2008 in, waarmee de wettelijke termijn van zes weken was overschreden. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens deze overschrijding en wees de bezwaren van appellante af.

In hoger beroep heeft appellante haar eerdere gronden herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank. De Raad benadrukt dat de termijnen voor bezwaar en beroep van dwingend recht zijn en dat de rechter ambtshalve moet toezien op naleving.

Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.

Uitspraak

08/6098 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
UITSPRAAK
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 3 september 2008, 08/513 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellant
en
de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, gevestigd te Driebergen, (hierna: CIZ)
Datum uitspraak: 4 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft [naam zoon], schriftelijk gevolmachtigde en zoon van appellant, hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2009. Appellant is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Heuvelman-Koedood.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een beroepschrift zes weken. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.
1.2. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 26 februari 2008 - waarbij CIZ het bezwaar van appellant gericht tegen zijn besluit van 21 november 2007 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het te laat indienen van een bezwaarschrift - ongegrond verklaard. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak tot het oordeel gekomen dat het bezwaarschrift tegen het besluit van 21 november 2007 niet tijdig is ingediend en dat hetgeen appellant heeft aangevoerd onvoldoende reden geeft om het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar te achten.
3. Appellant heeft in hoger beroep in essentie herhaald hetgeen hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.
3.1. Tussen partijen is niet in geschil en ook de Raad gaat er vanuit dat het primaire besluit dateert van 21 november 2007 en op diezelfde datum op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dit betekent, dat de bezwaartermijn op 22 november 2007 is aangevangen en op 2 januari 2008 is geëindigd. Net als de rechtbank stelt de Raad vast dat, door eerst bezwaar te maken met een bezwaarschrift dat op 11 februari 2008 is ontvangen, appellant de in artikel 6:7 van Pro de Awb gestelde termijn van zes weken voor het maken van bezwaar heeft overschreden.
3.2. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en voegt daar slechts het volgende aan toe.
3.3. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad zijn de wettelijke bepalingen omtrent de termijnen voor het instellen van bezwaar en beroep van openbare orde en hebben een dwingend karakter, zodat de rechter er ambtshalve op moet toezien of ze zijn nageleefd.
3.4. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
4. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.
(get.) H.C.P. Venema.
(get.) J. Waasdorp.
DW