ECLI:NL:CRVB:2009:BK3934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens een vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 55 tot 65%, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend en dat haar gezondheidssituatie was verslechterd. Zij stelde dat het UWV haar klachten en beperkingen had onderschat en dat de voor haar aangewezen functies niet passend waren.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was verricht en dat er geen objectieve medische aanknopingspunten waren om de beperkingen van appellante hoger in te schatten. De subjectieve klachtenbeleving vormde geen voldoende grond om het oordeel te wijzigen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als passend beschouwd, mede omdat appellante beschikte over het vereiste mbo-diploma.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor nadere medische deskundigenonderzoeken of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit en oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist was.