ECLI:NL:CRVB:2009:BK3919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid zonder medische grond bij langdurig verzuim
Appellante was sinds 1999 werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en kampte vanaf medio 2000 met langdurige verzuimproblemen, aanvankelijk met RSI-klachten en later overspannenheid. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat appellante niet wegens ziekte ongeschikt was voor haar functie. Diverse re-integratiepogingen, waaronder een plaatsing op een andere standplaats en geleidelijke werkhervatting, mislukten.
De minister besloot appellante eervol te ontslaan op grond van artikel 98 ARAR Pro wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat appellante niet beschikte over de juiste eigenschappen, mentaliteit en instelling om haar functie met continuïteit te vervullen.
De Raad oordeelt dat de minister in redelijkheid van zijn ontslagbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Er was geen sprake van medische ongeschiktheid en ook geen bewijs dat de IND de re-integratie heeft gefrustreerd. Appellante had zich moeten inzetten voor haar re-integratie, maar toonde onvoldoende medewerking, onder meer door het aanvragen van verlof tijdens de re-integratieperiode.
De Raad wijst een verzoek om vergoeding van proceskosten af en bevestigt het ontslagbesluit. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 november 2009.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens ongeschiktheid zonder medische grond wordt bevestigd.