ECLI:NL:CRVB:2009:BK3728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering door UWV
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen per 29 januari 2006 en 9 oktober 2006, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV zorgvuldig en juist was.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat er onvoldoende overleg was geweest tussen de verzekeringsarts en haar behandelend neuropsycholoog. Tevens stelde zij dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen bij de functie van telefonist/receptionist.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit juist zijn vastgesteld en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. Wel stelt de Raad vast dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd, omdat een afdoende toelichting op de geselecteerde functies ontbrak en deze pas in hoger beroep werd verstrekt.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel, verklaart het beroep gegrond, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.