ECLI:NL:CRVB:2009:BK3549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op kinderbijslag wegens ontbreken rechtmatig verblijf en verzekering
Appellant had sinds juni 2002 geen rechtmatig verblijf in Nederland en beschikte niet over een geldige werkvergunning voor de door hem verrichte arbeid. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot daarom dat appellant vanaf het tweede kwartaal van 2005 geen recht meer had op kinderbijslag. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op kinderbijslag omdat hij niet als verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kon worden beschouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij op grond van zijn WAO-uitkering wel verzekerd zou zijn. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat deze stelling niet tot een ander oordeel kon leiden dan dat van de rechtbank. De Raad bevestigde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering en recht op kinderbijslag.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten aan een van de partijen opgelegd. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 22 oktober 2009.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en recht op kinderbijslag vanaf tweede kwartaal 2005 ontzegd.