ECLI:NL:CRVB:2009:BK3542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon en toekenning WIA-uitkering na bezwaar tegen UWV-besluiten
Appellant, voormalig chauffeur, kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en een nadere beoordeling kende het UWV hem een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar stelde het dagloon vast op €52,48. Appellant betwistte de hoogte van dit dagloon.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 10 januari 2007 ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en het besluit, omdat de medische en arbeidskundige grondslag niet standhield. Het nieuwe besluit van 27 augustus 2008 werd eveneens vernietigd voor zover het dagloon op €52,48 was vastgesteld.
De Raad stelde het dagloon zelf vast op €107,93 per 24 juli 2006, omdat appellant hiermee instemde. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee kwam de Raad tegemoet aan het beroep van appellant, waarbij het dagloon en de uitkering correct werden vastgesteld.
Uitkomst: Het dagloon van appellant wordt vastgesteld op €107,93 per 24 juli 2006 en eerdere besluiten van het UWV worden vernietigd.