ECLI:NL:CRVB:2009:BK3485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota's premies werkgeversfraude en dienstbetrekking
Appellant, eigenaar van een bedrijf in straatmakerswerkzaamheden, werd geconfronteerd met correctienota's van het UWV over de premiejaren 2000 tot en met 2004, gebaseerd op een onderzoek naar werkgeversfraude. Dit onderzoek wees uit dat personen die voor appellant werkten als werknemers moesten worden aangemerkt en niet als zelfstandige onderaannemers.
Appellant voerde aan dat het onderzoek een tunnelvisie kende en dat de betrokkenen zelfstandigen waren. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met uitgebreide getuigenverhoren en zonder vooringenomenheid. De criteria van persoonlijke arbeid, gezagsverhouding en loon waren voldaan, en er was onvoldoende bewijs voor zelfstandigheid.
Verder stelde appellant dat getuigen onder druk waren gezet en verklaringen hadden aangepast, maar de Raad vond dat dit onvoldoende was om de bewijslast van het UWV te ontkrachten. Ook de premieschatting van het UWV was voldoende inzichtelijk gemaakt en niet onjuist berekend.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant ongegrond had verklaard en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de correctienota's van het UWV terecht zijn opgelegd en verklaart het beroep van appellant ongegrond.