ECLI:NL:CRVB:2009:BK3478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering voor de periode vóór 28 januari 2005, gebaseerd op een eerdere vaststelling van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat de medische beoordeling destijds onjuist was, onderbouwd met latere gezondheidsontwikkelingen.
Het UWV wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de eerdere vaststelling konden wijzigen. Zowel de stafverzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat de medische gegevens waarop appellant zich baseerde al bekend waren bij het UWV en geen aanleiding gaven tot herziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het verzoek terecht was afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en deed uitspraak in het openbaar op 11 november 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.