ECLI:NL:CRVB:2009:BK3325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over toeslag op grond van de Toeslagenwet per 1 mei 2007
Appellant ontving sinds 22 mei 2001 een WAO-uitkering en vanaf 13 oktober 2004 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Het UWV stelde bij besluit van 1 mei 2007 vast dat appellant vanaf 1 januari 2006 inkomsten had uit arbeid die niet waren verrekend, waardoor hij teveel toeslag had ontvangen tot 1 mei 2007. Het UWV besloot dit niet terug te vorderen, maar de toeslag vanaf 1 mei 2007 correct vast te stellen.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze berekening en stelde dat de herberekening in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en dat hij op basis van toezeggingen een vaste levensstijl had opgebouwd. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en lichtte toe waarom de toeslag vanaf 1 mei 2007 juist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het standpunt van het UWV. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat alleen de toeslag vanaf 1 mei 2007 aan de orde was en dat appellant niet had onderbouwd waarom deze onjuist zou zijn.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien om appellant in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV inzake de toeslag vanaf 1 mei 2007 wordt bevestigd.