ECLI:NL:CRVB:2009:BK3309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep tegen intrekking WAO-uitkering
Appellant had een WAO-uitkering die door het UWV per 10 oktober 2005 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard (besluit 1). De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, met name bij bepaalde aspecten van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar (besluit 2), dat wederom het bezwaar ongegrond verklaarde, nu met een nadere arbeidskundige motivering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen waren onderschat, dat hij niet voldeed aan het vereiste VMBO-niveau voor bepaalde functies, en dat de proceskosten onterecht niet waren vergoed.
De Raad stelde vast dat de uitspraak van de rechtbank in strijd was met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat nieuwe stukken zonder toestemming waren toegevoegd. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak en deed de zaak zelf af zonder terugwijzing. De Raad oordeelde dat het UWV de psychische klachten niet had onderschat en dat het tweede besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag rustte. Het beroep tegen het tweede besluit werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, en bepaalde dat het griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het eerste besluit gegrond en tegen het tweede besluit ongegrond, en veroordeelt het UWV in proceskosten.