ECLI:NL:CRVB:2009:BK3092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds december 2001 een WAO-uitkering die in september 2005 werd ingetrokken vanwege een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde het eerste besluit wegens onvoldoende motivering van de arbeidsmogelijkheden, waarna het Uwv een nieuw besluit nam met aangepaste functionele mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep betoogde appellante dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen en dat het Uwv in strijd handelde met het gelijkheidsbeginsel door toepassing van het aangepaste Schattingsbesluit. De Raad overwoog dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de aanvullende arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing boden voor de geschiktheid van bepaalde functies.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat er een objectieve rechtvaardiging bestaat voor de ongelijke behandeling binnen de betreffende groep WAO-gerechtigden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.