ECLI:NL:CRVB:2009:BK3084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch deskundigenonderzoek
Appellant, voormalig medewerker verkoop binnendienst, viel in 1998 uit wegens psychische klachten en kreeg in 1999 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2006 herbeoordeelde het Uwv zijn uitkering en stelde deze bij tot 25-35%, wat appellant betwistte. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Appellant voerde aan dat zijn psychische en lichamelijke klachten ernstiger waren dan door het Uwv erkend, en dat de latere verhoging van zijn uitkering in 2006 niet werd meegenomen. Het Uwv stelde dat de beoordeling zich beperkte tot de datum 11 juni 2006 en dat latere klachten niet relevant waren.
De Raad liet twee psychiaters appellant onderzoeken, die een dysthyme stoornis en mogelijke depressieve stoornis constateerden en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van maart 2006 onderschreven. De Raad volgt vaste jurisprudentie dat het oordeel van onafhankelijke deskundigen wordt gevolgd, en ziet geen reden af te wijken van het oordeel dat de belastbaarheid juist is vastgesteld.
De Raad concludeert dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de belastbaarheid van appellant per 11 juni 2006 correct is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.