ECLI:NL:CRVB:2009:BK2551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- M.C.T.M. Sonderegger
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen AWBZ-besluit
De zaak betreft het hoger beroep van appellanten tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch over de ontvankelijkheid van een bezwaarschrift tegen een besluit van het Zorgkantoor Zuidoost-Brabant. Het bezwaar was gericht tegen het primaire besluit van 26 mei 2005 inzake de budgetafrekening van het persoonsgebonden budget (PGB). Het bezwaarschrift was niet binnen de wettelijke termijn ingediend.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het bezwaar tegen het besluit van 26 mei 2005 niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding die niet verschoonbaar was. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de rechter ambtshalve moet toetsen of het bezwaar tijdig is ingediend, zonder betekenis te hechten aan de mening van partijen over verschoonbaarheid.
De Raad stelt vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat de indiener niet tijdig bezwaar heeft gemaakt en onvoldoende redenen heeft gegeven om dit te rechtvaardigen. De onbekendheid met de mogelijkheid tot het indienen van een pro forma bezwaarschrift kan niet als verschoonbare reden worden aangemerkt. Het Zorgkantoor had duidelijk gewezen op de zeswekentermijn voor bezwaar. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.