ECLI:NL:CRVB:2009:BK2540
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende individuele betrokkenheid
Appellante, geboren in 1933 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in december 2006 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. De aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat niet was aangetoond dat appellante direct getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
In het beroep stelde appellante dat zij bedreigingen en beschietingen had meegemaakt, maar de Raad stelde vast dat algemene oorlogsomstandigheden niet voldoende zijn voor erkenning. Uit het onderzoek, inclusief historische gegevens en getuigenverklaringen, bleek geen bewijs van individuele en directe betrokkenheid bij calamiteiten. De Raad bevestigde dat de erkenning gebonden is aan specifieke gebeurtenissen zoals omschreven in de wet.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd erkend dat appellante angstige omstandigheden heeft ervaren, maar dat dit niet voldoet aan de wettelijke criteria voor erkenning. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.