ECLI:NL:CRVB:2009:BK2090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij per 19 januari 2007 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische onderzoeken van het UWV zorgvuldig waren uitgevoerd en de conclusies juist waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank de ernst van zijn klachten en beperkingen had onderschat, onderbouwd met een rapport van een neurochirurg. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat appellant geen aanvullende objectieve medische gegevens had ingebracht die zijn stelling ondersteunden dat hij ernstiger beperkt zou zijn dan het UWV had vastgesteld. Bovendien had de bezwaarverzekeringsarts het rapport van de neurochirurg reeds betrokken in zijn beoordeling, wat leidde tot aanvullende beperkingen in de beoordeling.
De Raad concludeerde dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd, in overeenstemming zijn met de vastgestelde belastbaarheid van appellant, zodat hij deze functies kan verrichten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.