ECLI:NL:CRVB:2009:BK2079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAZ-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en medische rapportages
Appellante stelde dat haar arbeidsongeschiktheid door whiplashklachten zwaarder moest worden ingeschat dan het UWV aannam. Zij voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met medische informatie van behandelaars en dat zij onterecht niet door een psychiater of psycholoog was onderzocht.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat het UWV de beperkingen niet had onderschat en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was. De bezwaarverzekeringsartsen bevestigden de mate van arbeidsongeschiktheid en zagen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek of urenbeperking.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad acht de gebruikte normaalwaarden en het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) passend en wijst de stellingen van appellante af. Ook een brief van een neuroloog ondersteunt haar standpunt niet.
De Raad concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de belastbaarheid van appellante de voor haar bepaalde functies te boven gaat en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante 55 tot 65% bedraagt en wijst het beroep af.