ECLI:NL:CRVB:2009:BK1495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV onderschreef.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende gewicht was toegekend aan het oordeel van zijn bedrijfsarts uit april 2006. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. De bedrijfsarts had onvoldoende gemotiveerd waarom appellant ernstig beperkt zou zijn, en er ontbraken onderzoeksbevindingen ter onderbouwing.
De Raad achtte appellant op de datum in geding in staat om de functies van machinaal metaalbehandelaar, productiemedewerker industrie en samensteller metaalwaren uit te oefenen, zoals toegelicht in arbeidskundige rapportages. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.