ECLI:NL:CRVB:2009:BK1228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. De griffier had appellant en zijn gemachtigde meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling binnen de gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen werd het griffierecht pas na het verstrijken van de termijn voldaan.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting gehouden, waarbij appellant en Menzis niet verschenen. De Raad heeft vastgesteld dat het griffierecht pas op 3 juni 2008 is ontvangen, terwijl de betaling binnen vier weken na dagtekening van de eerste brief had moeten plaatsvinden. Er was geen sprake van omstandigheden die het verzuim van appellant konden rechtvaardigen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Tevens benadrukt de Raad dat de gevolgen van het handelen of nalaten van de gemachtigde voor rekening van appellant blijven. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.