ECLI:NL:CRVB:2009:BK1212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht
Appellanten, beiden woonachtig in Duitsland, hebben bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om hun AOW-pensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht toe te kennen. De rechtbank Amsterdam verklaarde hun beroepen ongegrond. In hoger beroep stelden appellanten dat zij ten onrechte door de Svb naar Duitse instanties waren verwezen, terwijl zij daar niet verzekerd waren, en dat het hardheidsbeleid van de Svb kennelijk onredelijk was.
De Svb erkende de onterechte verwijzing, maar stelde dat appellanten een inkomen boven het sociaal minimum genoten en dat er geen direct causaal verband bestond tussen de verwijzing en het late aanvragen van het pensioen. De Raad overwoog dat het hardheidsbeleid van de Svb in algemene zin niet onaanvaardbaar is en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
Verder merkte de Raad op dat appellanten zelf bij de Svb hadden kunnen navragen wat de gevolgen waren van het uitstellen van hun aanvraag. De vraag over premierestitutie viel buiten het bestreden geschil. Gezien deze omstandigheden bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees de hoger beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb terecht heeft geweigerd om het AOW-pensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht toe te kennen.