ECLI:NL:CRVB:2009:BK1157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering bij voldoende medische grondslag
Appellant, werkzaam als medewerker bakkerij, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 15-25%, later vastgesteld op 55-65%. Na diverse medische onderzoeken en bezwaarprocedures oordeelde het UWV dat er benutbare arbeidsmogelijkheden zijn, ondanks psychische en fysieke klachten. De rechtbank vernietigde een eerder besluit van het UWV maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is, onder meer op basis van een rapport van psychiater en psycholoog. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, dat de medische beperkingen voldoende zijn toegelicht en dat de geduide functies geschikt zijn. De Raad zag geen aanleiding tot aanvullend onderzoek.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het UWV terecht van de conclusies van de psychiater en psycholoog afweek, omdat deze niet concreet genoeg waren en onvoldoende onderbouwd met specifieke psychiatrische beperkingen. De WAO-uitkering wordt ongewijzigd voortgezet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering op basis van een voldoende medische grondslag.