ECLI:NL:CRVB:2009:BK1103
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening wegens vervallen connexiteit
Verzoeker, voormalig ambtenaar van de gemeente Rheden, ontving een uitkering op grond van de APPA na ontslag. Na weigering van verlenging van deze uitkering en het hervatten van een WAZ-uitkering, verzocht hij het college om aanvulling van zijn WAZ-uitkering tot het niveau van de APPA-uitkering. Na het uitblijven van een besluit maakte verzoeker bezwaar tegen het niet tijdig beslissen en vroeg hij de rechtbank om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het college op 7 augustus 2009 een besluit had genomen waarin de gevraagde aanvulling werd geweigerd. Hierdoor was het verzoek om een voorlopige voorziening om een beslissing te verkrijgen feitelijk overbodig geworden. Verzoeker stelde dat het belang lag in compensatie van financiële schade door de vertraging, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat dit geen grond was voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van het connexiteitsvereiste uit artikel 8:81 Awb Pro. Er waren ook geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 19 oktober 2009.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college inmiddels een besluit heeft genomen.