ECLI:NL:CRVB:2009:BK0748

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1295 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43a WAO
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 29 september 2006 waarin haar aanvraag voor een WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd afgewezen. Het bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Arnhem bevestigde dit oordeel op 24 januari 2008. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat er sprake is van een toename van haar medische beperkingen en heeft zij nadere medische stukken overgelegd.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en stelt vast dat appellante niet heeft aangetoond dat er tussen 2 augustus 2003 en 29 september 2006 sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 43a, eerste lid, van de WAO. De medische stukken die appellante in hoger beroep heeft ingebracht waren reeds aanwezig tijdens de bezwaarprocedure en zijn door de bezwaarverzekeringsarts meegenomen in zijn beoordeling.

Gelet hierop slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door mr. T. Hoogenboom, in aanwezigheid van griffier A.C.A. Wit, en uitgesproken op 7 oktober 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

08/1295 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 januari 2008, 07/1367 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 7 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.W.H.M. Koers, advocaat te Doesburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellante zijn bij brief van 12 augustus 2009 nadere stukken ingediend.
De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2009. Appellante is -met bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Smid.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 29 september 2006 heeft het Uwv appellantes aanvraag om haar op grond van artikel 43a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid een WAO-uitkering toe te kennen, afgewezen.
2. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 21 februari 2007 ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag is gebaseerd en dat het Uwv op goede gronden heeft geconcludeerd dat appellante niet toegenomen arbeidsongeschikt is.
4. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat zowel in bezwaar als in beroep ten onrechte geen rekening is gehouden met de door haar gestelde toename van de bij haar bestaande medische beperkingen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante in hoger beroep nadere medische stukken overgelegd.
5.1. De Raad overweegt als volgt.
5.2. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Ook in hoger beroep heeft appellante niet onderbouwd dat in de periode in geding, te weten 2 augustus 2003 tot 29 september 2006, sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 43a, eerste lid, van de WAO.
5.3. Ten aanzien van de in hoger beroep namens appellante overgelegde medische stukken merkt de Raad op dat deze stukken ten tijde van de bezwaarprocedure reeds in het dossier aanwezig waren en de bezwaarverzekeringsarts deze stukken in het kader van de medische heroverweging bij zijn beoordeling heeft betrokken.
6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
7. De Raad acht geen termen aanwezig voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2009.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) A.C.A. Wit.
KR