ECLI:NL:CRVB:2009:BK0551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering OV-kaart 2005 op basis van Wsf 2000 toetsingsinkomen
Appellant maakte bezwaar tegen een vordering van de IB-Groep over het jaar 2005 wegens het bezit van een OV-kaart. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het toetsingsinkomen in 2005 correct was vastgesteld volgens artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald, waaronder het beroep op het vertrouwensbeginsel en de stelling dat hij tweemaal zou moeten betalen voor dezelfde OV-kaart. De Raad stelde vast dat appellant geen verifieerbare gegevens had overgelegd die een gerechtvaardigde verwachting konden ondersteunen en dat de IB-Groep de stelling dat tweemaal betalen zou plaatsvinden, voldoende had weerlegd.
De Raad benadrukte dat het in bezit hebben van de OV-kaart bepalend is voor de vordering, niet het daadwerkelijke gebruik. Het toetsingsinkomen werd vastgesteld volgens de toen geldende wettelijke bepalingen, waarbij het fiscale verzamelinkomen in 2005 nog niet als maatstaf werd gehanteerd.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering van de IB-Groep bevestigd.