ECLI:NL:CRVB:2009:BK0547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde bij besluit van 19 januari 2007 vast dat er geen recht op uitkering was per 6 november 2006. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het Uwv onzorgvuldig had gehandeld en fouten had gemaakt, en dat zijn beperkingen waren onderschat. Ook stelde hij dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bevindingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts juist waren en dat appellant geen bewijs had geleverd van ernstiger beperkingen dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad vond ook de arbeidskundige beoordeling passend en zag geen reden om aan te nemen dat de functies niet geschikt waren. Daarnaast wees de Raad het standpunt van appellant af dat door fouten van het Uwv een recht op uitkering zou zijn ontstaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.