ECLI:NL:CRVB:2009:BK0233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- P.J. Jansen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meende te lijden aan posttraumatische dystrofie, wat onvoldoende was meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat het stellen van een diagnose niet doorslaggevend is voor het vaststellen van beperkingen, maar dat het gaat om objectief vastgestelde medische beperkingen die de arbeidsgeschiktheid bepalen. De door appellante overgelegde medische brieven konden geen extra beperkingen aantonen die op de beoordelingsdatum relevant waren.
De bezwaararbeidsdeskundige had toegelicht dat de geselecteerde functies geschikt waren voor appellante, wat de Raad en rechtbank voldoende inzichtelijk en juist vonden. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.