Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0038

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6626 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant, werkzaam als reiniger van tankwagens, viel uit wegens hartklachten en diabetes. Het UWV had vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Appellant voerde aan dat de medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd niet geschikt voor hem waren. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig en weloverwogen was uitgevoerd, inclusief informatie van de behandelende sector en de Functionele Mogelijkheden Lijst.

De Raad vond geen aanwijzingen voor onderschatting van de beperkingen en achtte de medische grondslag juist. Ook waren de functies passend geacht. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

08/6626 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2008, 07/2157 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W. Hoebba, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009, waar appellant met bericht van afwezigheid niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.P. Prinsen.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant, die laatstelijk werkzaam was als reiniger van tankwagens, is op 21 maart 2005 uitgevallen wegens hartklachten. Daarnaast is hij bekend met diabetes.
2.1 Het beroep van appellant richtte zich tegen het besluit van 3 juli 2007 (hierna: bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 30 januari 2007, strekkende tot de vaststelling dat appellant geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 19 maart 2007 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. Namens appellant zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Appellant blijft van mening dat de (bezwaar)verzekeringsartsen bij het vaststellen van zijn beperkingen onvoldoende rekening hebben gehouden met zijn klachten. Voorts zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet geschikt voor hem.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Wat betreft het medisch aspect ziet de Raad evenals de rechtbank geen reden om de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen met betrekking tot de klachten van appellant en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor onjuist te houden. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek zorgvuldig en weloverwogen geweest, is informatie bij de behandelende sector ingewonnen en is met de in bezwaar aangescherpte Functionele Mogelijkheden Lijst in voldoende mate rekening gehouden met de belastbaarheid van appellant. Nu appellant geen medische gegevens in geding heeft gebracht, die aanleiding geven voor de veronderstelling dat sprake is van een onderschatting van de medische beperkingen van appellant, concludeert de Raad dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist kan worden geacht.
4.3. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellant. De Raad sluit zich aan bij hetgeen de rechtbank dienaangaande in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.
5. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.
(get.) A.T. de Kwaasteniet.
(get.) R.L. Rijnen.
EK