ECLI:NL:CRVB:2009:BK0034

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6933 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de rechtsbijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen vergoeding kosten rapportages Instituut Psychosofia in WAO-zaak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin werd geoordeeld dat de kosten van rapportages van het Instituut Psychosofia niet vergoed kunnen worden op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Centrale Raad van Beroep verwijst naar zijn vaste rechtspraak waarin dergelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, ook al heeft appellante gemotiveerd betoogd dat dit wel het geval zou moeten zijn. De Raad stelt vast dat appellante haar grief over de betaling van proceskosten aan de griffier heeft laten vallen, waardoor het hoger beroep zich beperkt tot de vergoeding van de rapportagekosten.

De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van zijn eerdere uitspraken, waaronder uitspraken waarin dezelfde advocaat betrokken was. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de rechtbankuitspraak bevestigd; geen vergoeding van de kosten van de rapportages.

Uitspraak

08/6933 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 november 2008, 07/3214 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben vervolgens over en weer op elkaars standpunten gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009. Namens appellante is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. P.F.G. Hermans.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor het ontstaan en de loop van de procedure verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
2. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak – voor zover relevant voor de procedure in hoger beroep – onder verwijzing naar de vaste rechtspraak van de Raad, tot het oordeel gekomen dat de kosten met betrekking tot de rapportages van Instituut Psychosofia niet voor vergoeding op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking komen. De rechtbank heeft voorts bepaald dat de betaling van het bedrag van de toegekende proceskosten dient te geschieden aan de griffier van de rechtbank aangezien ter zake van het ingestelde beroep een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand is verleend.
3. Namens appellante is in hoger beroep uitgebreid gemotiveerd waarom de kosten van de rapportages van Instituut Psychosofia wel voor vergoeding in aanmerking komen.
4.1. De Raad oordeelt als volgt.
4.2. De Raad stelt allereerst vast dat appellante ter zitting haar grief tegen het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de betaling van het bedrag van de proceskosten aan de griffier van de rechtbank heeft laten vallen. Het geding in hoger beroep beperkt zich dientengevolge tot de vraag of de kosten met betrekking tot de rapportages van Instituut Psychosofia voor vergoeding in aanmerking komen.
4.3. In hetgeen appellante heeft aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om tot een van zijn vaste rechtspraak afwijkend oordeel te komen. Deze vaste rechtspraak houdt – kort samengevat – in dat voor vergoeding van de kosten van door de gemachtigde van appellante ingebrachte rapportages van het Instituut Psychosofia geen plaats is. De Raad verwijst naar onder andere zijn uitspraken van 13 april 2005, LJN AT4323, 16 maart 2007, LJN BA1360, 15 mei 2007, LJN BA5367 en 14 maart 2008, LJN BC7267. Ook in deze zaken was mr. De Jonge als advocaat betrokken.
4.4. Nu de Raad geen aanleiding ziet in dit geschil tot een ander oordeel te komen, slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.
4.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) T.J. van der Torn.
TM