ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig monteur, heeft zich ziek gemeld in 1990 en ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2006 werd deze uitkering verlaagd naar 45 tot 55%, waarna appellant bezwaar maakte. Tevens verzocht hij in 2006 om verhoging van zijn uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid, wat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij een door de rechtbank benoemde onafhankelijke deskundige het oordeel van het UWV onderschreef. Appellant betwistte dit en verzocht om benoeming van een nieuwe deskundige, stellende dat zijn belastbaarheid was overschat en de geduide functies ongeschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en voldoende gemotiveerd zijn, en dat de deskundigenrapporten overtuigend zijn. De Raad ziet geen aanleiding af te wijken van het deskundigenoordeel en bevestigt de eerdere uitspraken. De Raad wijst tevens op het ontbreken van nieuwe feiten die een herziening van de uitkering rechtvaardigen.
De uitspraak bevestigt dat appellant niet in aanmerking komt voor een hogere WAO-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid niet is toegenomen en hij in staat wordt geacht de geduide functies te vervullen. De Raad ziet geen grond voor het benoemen van een nieuwe deskundige en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening en verhoging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid.