Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9753

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-775 WUV-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij beroep tegen besluit sociale zekerheid

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar het beroepschrift is niet tijdig ingediend. De laatste dag voor tijdige indiening was 22 januari 2009, maar het beroepschrift werd pas op 23 januari 2009 gepost.

Appellante en haar echtgenoot dachten ten onrechte dat 23 januari de uiterste datum was. Ondanks haar persoonlijke omstandigheden oordeelt de Raad dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, mede omdat de beroepsclausule duidelijk en correct was geformuleerd.

Verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken. Appellante wordt gewezen op de mogelijkheid om verweerster te verzoeken terug te komen op het besluit.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

09/775 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 29 april 2009 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 11 december 2008 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 april 2009 heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2009. Appellante is in persoon verschenen, vergezeld door haar echtgenoot. Verweerster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 april 2009 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 22 januari 2009. Het beroepschrift is weliswaar op die datum gedateerd, maar de enveloppe waarin het is verzonden draagt het poststempel van 23 januari 2009. Appellante heeft ter zitting verklaard dat het beroepschrift - inderdaad - niet op 22 januari 2009 maar op 23 januari 2009 ter post is bezorgd. Dit betekent dat de beroepstermijn is overschreden.
Appellante heeft aangevoerd dat ze het niet meer zag zitten, onzeker en verdrietig was, en eigenlijk geen beroep wilde instellen. Haar echtgenoot heeft haar - uiteindelijk - overreed om dit toch te doen. Appellante en haar echtgenoot hebben zich echter in de datum vergist: zij verkeerden in de veronderstelling dat 23 januari 2009 de laatste dag was waarop tijdig een beroepschrift worden ingediend.
De Raad ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daarbij is van belang dat de onder het besluit van verweerster van 11 december 2008 vermelde beroepsclausule ondubbelzinnig - en correct - is geformuleerd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
Voor de goede orde merkt de Raad nog op dat, zoals ter zitting ook is besproken, het appellante vrijstaat verweerster te verzoeken om terug te komen van het besluit van 11 december 2008.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) M. Koopman.
BvW