ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 1 december 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij reeds op de datum in geding volledig arbeidsongeschikt was, vooral vanwege psychische beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit gebaseerd is op een deugdelijk medische grondslag. Appellant bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens aan die twijfel konden zaaien over de vastgestelde beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad wees het verzoek om nader psychiatrisch onderzoek af.
Hoewel appellant vanaf 24 januari 2008 door het UWV als volledig arbeidsongeschikt werd beschouwd, achtte de Raad dit niet relevant voor de beoordeling van de situatie per 1 december 2005. De medische beperkingen en de geschiktheid voor de voorgestelde functies werden als passend beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.