ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering ondanks medische onzorgvuldigheid
Appellante vordert in hoger beroep vernietiging van het besluit van het UWV waarin haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het besluit was gebaseerd op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep betwist appellante de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, onder meer omdat de bezwaarverzekeringsarts niet bij de hoorzitting aanwezig was en zij meent dat haar psychische beperkingen zijn onderschat. Het UWV erkent dat het primaire onderzoek door een niet-geregistreerde verzekeringsarts is verricht, wat onvoldoende waarborg biedt, maar stelt dat dit gebrek is hersteld door een later rapport van een geregistreerde bezwaarverzekeringsarts.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd moeten worden vanwege de onzorgvuldigheid in het primaire onderzoek. Desondanks laat de Raad, op grond van artikel 8:72 lid 3 Awb Pro, de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het latere rapport van de bezwaarverzekeringsarts het gebrek herstelt en de medische en arbeidskundige gegevens geen aanleiding geven tot andere conclusies over de mate van arbeidsongeschiktheid op de datum in geding. Een deskundigenonderzoek wordt niet gelast. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.