ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens vermoeidheids- en psychische klachten. Het UWV trok deze uitkering in 2004 in, stellende dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geschikt voor eigen werk of passend werk voor 20 uur per week. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die op basis van dossierstudie, eigen onderzoek en aanvullend psychologisch onderzoek concludeerde dat appellante meerdere ernstige psychiatrische aandoeningen heeft, waaronder een paniekstoornis met agorafobie en dysthyme stoornis, die haar structureel belemmeren in arbeid. De Raad volgde dit oordeel en verwierp het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat er nog onduidelijkheden waren.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende medische grondslag had en vernietigde het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. De WAO-uitkering wordt per 22 juni 2004 ongewijzigd voortgezet met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens mogelijke overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt voortgezet met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.